De reizende belegger

‘Reizen is en goed middel tegen kleingeestigheid’, zei Jan Slauerhoff. De schrijvende scheepsarts kon niet vermoeden dat zijn uitspraak nog eens als argument zou opduiken in een stukje over beleggen. Een goede belegger is een reizende belegger, is de stelling die ik hier betrek. Nu kennen we ‘reizen’ en ‘reizen’. Het merendeel van de massatoeristen wordt gereisd. Even opletten. Ik wil het hier hebben over de bewust waarnemende reiziger, de zelf reizende mens (zrm) en in deze context de zelf reizende belegger (zrb).

De zrb verlaat zijn comfortzone en betreedt de natuurlijke omgeving van merken die hij alleen van de financiële pagina’s kent. Hoe gaat het eigenlijk echt met die bedrijven? Natuurlijk, de belegger kan terugvallen op de media. Maar hij krijgt gefilterde koffie die hij bovendien met andere lezers/kijkers moet delen. Niets overtreft eigen waarneming.
Er gaat niets boven zelf door New York te wandelen, een praatje te maken met de Londense taxichauffeur, zelf de Cinquecento door Italië te sturen, met eigen ogen te zien hoeveel BMW’s er door Moskou rijden of in te stappen in de Parijse metro met ‘a movable feast’ van Hemingway onder de arm.

Vorig jaar landden wij op de luchthaven van Oslo en stonden, nog vóór de douane, oog in oog met een reusachtig billboard van ABB (technologie bedrijf). Je kon er niet omheen; het was duidelijk dat de beste designers voor het ontwerp hadden getekend. Het was perfect uitgelicht. Er zat zoveel power in dat billboard, het straalde een flegmatiek, diepgeworteld zelfvertrouwen uit. Het was als de turnster die weet dat ze de oefening op de balk feilloos gaat uitvoeren. Het legde een verklaring af van vanzelfsprekendheid. In het hotel aangekomen heb ik meteen een paar aandelen ABB besteld.

Dit voorjaar waren we in Parijs en bezochten Le Magasin du Printemps. De manier waarop producenten van geuren en cosmetica hun waren presenteren is adembenemend. Zij creëren een sfeer van luxe en elegantie waarin iédereen wel even wil schuilen. Al is het maar om even aan de zoemende zwerm van kleine dagelijkse zorgen en tegenslagen te ontsnappen.
Het was er die morgen niet erg druk. Maar één stand trok onmiddellijk onze aandacht. Voor het eiland van Louis Vuitton stond een lange file en toen we inzoomden zagen we dat het allemaal Chinezen waren. Zij stonden met taoïstisch oosters geduld in de rij. De beloning die ze zouden ontvangen, was het wachten alleszins waard. De reputatie is het merk vooruitgesneld, de mythe is verteld en begrepen, de droomfabriek heeft zijn werk gedaan. De Chinese taal vond een synoniem voor ultiem geluk: Louis Vuitton.
Chinezen reizen de halve wereld over om in een Parijs’ warenhuis uren in de rij te staan om jouw producten te kopen, te mogen kopen.
Dan heb je als merk wat bereikt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *