Verloren zoon

Professionele beleggers willen emotie filteren. De drab blijft achter in het filter terwijl heldere, sterke koffie de kan in sijpelt. In dit ‘pure spul’ herkennen wij de beslissingen gebaseerd op harde cijfers, onweerlegbare causale correlaties en wiskundige modellen.
In de ogen van de rationele belegger zou de mens, die zich toch al voor een onverantwoord hoog percentage door emotie laat leiden, hier het zicht op de ‘realiteit’ verliezen, dwaallichten volgen en zich overgeven aan primitieve driften als angst en hebzucht. In mijn beslissingen is emotie een wezenlijk ingrediënt.

Iedere belegger kent beursgenoteerde bedrijven waarin hij vertrouwen heeft. Het bedrijf is erin geslaagd die eigenschap aan zich te binden. Hoe ontstaat zo’n beeld van betrouwbaarheid? Door een sympathieke reclame, door een medewerker die zich op een feestje lyrisch uitspreekt over de werksfeer, de bedrijfscultuur, de inzet op duurzaamheid, fair trade…? Noem maar op. In het brein van de belegger krijgt het bedrijf het Calvé-oké-stempel. Het deugt. Als zo’n aandeel geruime tijd deel uit maakt van de portefeuille , gebeurt er iets. Chemistry. Er ontstaat een relatie tussen het bedrijf en de belegger. Het aandeel verwerft een preferente positie; het aandeel krijgt een streepje voor.
Voor mij is het Duitse Beiersdorff zo’n bedrijf. De fabrikant van onder andere Nivea en Hansaplast associeer ik met het jongetje dat met zijn fietsje valt en huilend, met bloedende knie naar huis rijdt. En daar is moeder die een extra grote pleister afknipt, omdat een imposante pleister nu eenmaal beter troost dan een smalletje. Eenmaal verbonden wordt de wond interessant. De held die terugkeert van het slagveld. Moeder legt er nog een kus op en opent de calamiteitentrommel, die allen bij Groot Leed voor den dag komt: zoet soelaas. Erik de Noorman is klaar voor een nieuw, spannend avontuur. Dat is voor mij het beeld van Beiersdorff.

Natuurlijk weet ik dat Beiersdorff, om de analisten tevreden te houden, jaarlijks meer omzet, meer winst moet laten zien, nieuwe producten moet ontwikkelen, nieuwe markten betreden. En de ratio’s moeten kloppen. Maar die getallen kunnen mij in het algemeen niet zo boeien. Drie kilo cijfers en ratio’s wegen niet op tegen en onsje sentiment.

Omdat de binding met het aandeel zo groot is, kan het een potje breken. De belegger zal het niet snel van de hand doen. Het aandeel moet wel erg slecht ‘presteren’. Of, als er en substantiële winst kan worden bijgeschreven en er is voor de vrijkomende gelden meteen en concrete bestemming voor handen is, dan kan de verleiding groot worden. Het kind dat in de stad gaat studeren, wordt op kamers gestuurd…
Einde verhaal? Einde relatie? Er blijft iets knagen. In het overzicht dat hij dagelijks op het scherm volgt, ontbreekt een vaste waard. Het gemis van iets dat lang tot zijn kernkabinet behoorde, maakt de belegger knorrig, onredelijk. Zijn partner signaleert zijn omgeslagen stemming, vrienden maken zich zorgen. Wat zit hem dwars?
En dan kan zomaar de mooie dag aanbreken dat de belegger zich realiseert waar de schoen wringt. Het aandeel. Het aandeel moet terug. En diezelfde dag nog koopt hij een paar stukken die, als postduiven in alle vroegte in Bordeaux gelost, prompt in zijn overzicht neerstrijken. De verloren zoon is thuis…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *