Leven van de wind

Tijdens de lange, avontuurlijke zwerftocht die Odysseus na de Troyaanse Oorlog maakte, kreeg hij en kostbaar geschenk. Aeolus, de god van de wind, gaf hem vier zakken, die als ballonnen waren opgeblazen. De eerste zak bevatte de zuidenwind, de tweede de noordenwind et cetera. De mythisch reiziger, met zijn zeilschip afhankelijk van gunstige wind, zou met deze helpers altijd thuis kunnen komen. Onze held bewaakte zijn zakken dan ook nauwgezet, verloor ze geen seconde uit het oog. Hij ging ermee om alsof zijn leven ervan afhing, en in zekere zin was dat ook zo. Zijn opmerkelijk waakzame gedrag bracht zijn bemanning op de gedachte dat er in de zakken wel eens iets van grote waarde zou kunnen zitten. Goud, geld, sieraden? ’s Nachts toen Odysseus sliep, stalen zij de zakken en sneden ze open. Groot was hun teleurstelling; de winden ontsnapten sissend, de zakken waren leeg.

Wind heeft mensen altijd geïntrigeerd. De onzichtbare kracht die schepen doet varen (en vergaan), die molens doet draaien en bomen ontwortelt, pepert de mens in dat hij op momenten niet meer is dan een speelbal van de elementen. De wind is vriend en vijand in één. Leeghwater maalde de meren van Noord-Holland droog met windmolens. De inwoners van Texel ontdekten, na een vliegende storm, dat zij voortaan (losgeslagen) op een eiland zouden wonen. De windenergie werd verdrongen door de fossiele energie, die veel beter beheersbaar was. Die kon opgeslagen en getransporteerd worden. De slimme mens ontwikkelde de stoommachine en zo kon de reis naar Batavia met de helft bekort worden. Windstilte, dé erfvijand van molenaar, schipper en de VOC verloor haar invloed.

Ik denk dat we moeten oppassen ‘verouderde’ systemen te snel af te schrijven. Windenergie is daar een mooi voorbeeld van. Het vergeten systeem is bezig aan een stormachtige comeback. De wind blaast zijn partijtje weer vrolijk mee; Jan de Wind is aan zijn tweede jeugd begonnen. Nou ja, echt weg geweest is hij natuurlijk nooit. Ook al had hij dan als energiebron afgedaan, in onze taal leeft hij onverstoorbaar voort. Altijd van de partij om mensen van een treffend beeld te voorzien.

In onze taal waaien de metaforen ons om de oren: ‘Hij heeft de wind in de zeilen, het gaat hem voor de wind’. De belegger die wel houdt van een gokje, zal ‘scherp aan de wind varen’. En er is geen sterveling in ons taalgebied, die niet weet wat hier bedoeld wordt. De Engelse taal kent de ‘windfall’, het onder beleggers welbekende meevallertje. Engelstalige hardlopers kennen de ‘second wind’, de tweede adem. Een praatjesmaker noemen we een windbuil en aan het woord windhandel is eeuwig de zwarte tulp verbonden. Nog eentje dan: ‘Wie wind zaait zal storm oogsten.’ U bent gewaarschuwd.

Wind is er, gratis en eeuwigdurend. Bij het winnen van fossiele brandstoffen worden op grote schaal vernielingen aangericht, de aarde beschadigd en vervuild, olie en gas zijn de aanjagers van de opwarming van onze aarde. Hoe onschuldig de wind. Zeker nu blijkt dat de kostprijs per eenheid windenergie daalt als de barometer bij een depressie, is de keuze snel gemaakt. Bedrijven als Vestas, Ørsted (voorheen Dong0 en ook Sif Group, dat funderingen voor windparken op zee maakt, kunnen op mijn onversneden sympathie rekenen. En tevens daagt het besef dat de oude tegeltjeswijsheid ‘van de wind kun je niet leven’ aan vernieuwing toe is.

Dit is voorlopig de laatste column over beleggen.
Volgende week verschijnt hier het eerste verhaal uit Jaaps kinderboek ‘Orenlijm’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *