Afgekeken van de Beatles

Als je meer wilt weten over de cultuur, de stijl van een bedrijf, doe je er goed aan de biografie te lezen van de ondernemer, de pionier. De man, die in de garage van zijn ouders nachtenlang doorwerkte om zijn concept ‘handen en voeten’ te geven. Wat dreef hem? Wat waren zijn idealen? Zijn ideeën over organisatie en communicatie?

De pionier heeft zijn eigen persoonlijkheid aan het bedrijf meegegeven. De cultuur die in de loop der jaren is ontstaan, is door hem ontworpen. Hij is het bedrijf geworden. De eenmanszaak is inmiddels uitgegroeid tot een organisatie met 10.000 medewerkers. Het is goed mogelijk dat de grondlegger er al lang niet meer werkt. Misschien rust hij op zijn lauweren op de Kaaimaneilanden. Mogelijk is hij niet meer onder ons. En toch, zijn geest waart nog rond. Dat is een fascinerend proces. De waarden die aanvankelijk eigendom waren van een persoon, worden door middel van osmose door de organisatie opgenomen.
Zoals in elke cel van het lichaam het unieke DNA terug te vinden is, zo blijven de principes van de pionier de organisatie aansturen.

Sommige analisten kennen grote waarde toe aan de persoon van de nieuwe CEO. Dat valt te bezien. In mijn ogen is de nieuwe CEO de rentmeester, de beheerder van de erfenis van de pionier. Ik was verrast te lezen dat Steve Jobs de structuur van Apple had ‘afgekeken’ van de Beatles. Als zovelen van zijn generatie was hij diep onder de indruk van het muzikale genie van The Fab Four. Maar ook hun ‘organisatie’, de manier waarop zij de zaken aanpakten, sprak hem aan.

De band kende geen hiërarchie, vormde een eenheid. De vergelijking met de tafel is vaak getrokken. De tafel die stevig op vier poten staat. Haal je één poot weg dan valt de tafel om. Waarvan akte. De Beatles waren volstrekt gelijkwaardig, stuk voor stuk onvervangbaar en in hoge mate van elkaar afhankelijk.

In de tijd van hun samenwerking waren ze extreem creatief en extreem productief. Ze persten hun talent uit tot de laatste druppel. Vooral John en Paul joegen elkaar op tot een niveau dat ze later als solisten nooit meer haalden. De druk op de ketel was constant hoog. Nooit was de nieuwe LP van de Beatles ‘meer van hetzelfde’. Er was altijd vernieuwing, verkenning, sensatie. Er werd volop geëxperimenteerd met instrumenten, met elektronisch geluid. De wereld keek ademloos toe. Zo wilde Jobs het ook. Creatieve vrijheid toegekend aan geniale mensen die elkaar voortdurend uitdagen. En, die afhankelijk zijn van elkaar. Hij projecteerde het Beatle-model op zijn kluppie dat een van de machtigste bedrijven ter wereld zou worden.

Verloren zoon

Professionele beleggers willen emotie filteren. De drab blijft achter in het filter terwijl heldere, sterke koffie de kan in sijpelt. In dit ‘pure spul’ herkennen wij de beslissingen gebaseerd op harde cijfers, onweerlegbare causale correlaties en wiskundige modellen.
In de ogen van de rationele belegger zou de mens, die zich toch al voor een onverantwoord hoog percentage door emotie laat leiden, hier het zicht op de ‘realiteit’ verliezen, dwaallichten volgen en zich overgeven aan primitieve driften als angst en hebzucht. In mijn beslissingen is emotie een wezenlijk ingrediënt.

Iedere belegger kent beursgenoteerde bedrijven waarin hij vertrouwen heeft. Het bedrijf is erin geslaagd die eigenschap aan zich te binden. Hoe ontstaat zo’n beeld van betrouwbaarheid? Door een sympathieke reclame, door een medewerker die zich op een feestje lyrisch uitspreekt over de werksfeer, de bedrijfscultuur, de inzet op duurzaamheid, fair trade…? Noem maar op. In het brein van de belegger krijgt het bedrijf het Calvé-oké-stempel. Het deugt. Als zo’n aandeel geruime tijd deel uit maakt van de portefeuille , gebeurt er iets. Chemistry. Er ontstaat een relatie tussen het bedrijf en de belegger. Het aandeel verwerft een preferente positie; het aandeel krijgt een streepje voor.
Voor mij is het Duitse Beiersdorff zo’n bedrijf. De fabrikant van onder andere Nivea en Hansaplast associeer ik met het jongetje dat met zijn fietsje valt en huilend, met bloedende knie naar huis rijdt. En daar is moeder die een extra grote pleister afknipt, omdat een imposante pleister nu eenmaal beter troost dan een smalletje. Eenmaal verbonden wordt de wond interessant. De held die terugkeert van het slagveld. Moeder legt er nog een kus op en opent de calamiteitentrommel, die allen bij Groot Leed voor den dag komt: zoet soelaas. Erik de Noorman is klaar voor een nieuw, spannend avontuur. Dat is voor mij het beeld van Beiersdorff.

Natuurlijk weet ik dat Beiersdorff, om de analisten tevreden te houden, jaarlijks meer omzet, meer winst moet laten zien, nieuwe producten moet ontwikkelen, nieuwe markten betreden. En de ratio’s moeten kloppen. Maar die getallen kunnen mij in het algemeen niet zo boeien. Drie kilo cijfers en ratio’s wegen niet op tegen en onsje sentiment.

Omdat de binding met het aandeel zo groot is, kan het een potje breken. De belegger zal het niet snel van de hand doen. Het aandeel moet wel erg slecht ‘presteren’. Of, als er en substantiële winst kan worden bijgeschreven en er is voor de vrijkomende gelden meteen en concrete bestemming voor handen is, dan kan de verleiding groot worden. Het kind dat in de stad gaat studeren, wordt op kamers gestuurd…
Einde verhaal? Einde relatie? Er blijft iets knagen. In het overzicht dat hij dagelijks op het scherm volgt, ontbreekt een vaste waard. Het gemis van iets dat lang tot zijn kernkabinet behoorde, maakt de belegger knorrig, onredelijk. Zijn partner signaleert zijn omgeslagen stemming, vrienden maken zich zorgen. Wat zit hem dwars?
En dan kan zomaar de mooie dag aanbreken dat de belegger zich realiseert waar de schoen wringt. Het aandeel. Het aandeel moet terug. En diezelfde dag nog koopt hij een paar stukken die, als postduiven in alle vroegte in Bordeaux gelost, prompt in zijn overzicht neerstrijken. De verloren zoon is thuis…

Ivanka

Winkelcentrum

Na de verkiezingen van Donald Trump tot president van de USA, besloot de directie van de chique warenhuisketen Nordstrom de lijn van dochter Ivanka uit hun winkels te verwijderen. Een statement. Zij kozen partij. Zij wezen Trump af. Een opmerkelijke vorm van ‘ballotage’.

Het keurige warenhuis mengde zich in het koor van Amerikanen dat Trump en zijn kliek beschouwt als de grootste ramp sinds de burgeroorlog. Ik vermoed dat de Nordstroms vooral stelling namen tegen de schimmige verstrengeling van macht en commercie die in het Witte Huis werd geënsceneerd. Je kon je niet aan de indruk onttrekken dat de familie Trump haar nieuwe speeltje vooral zag als een gouden kans om hun zakelijk imperium in snel tempo verder uit te bouwen.

Wie politieke macht heeft, kan volgens Nordstrom, niet ook een ‘winkel’ hebben. Je kunt niet én het land dienen én voor eigen belang gaan. Welk belang stel je voorop? Als collega-winkelier heeft Nordstrom recht van spreken. Een paar weken later krijgen we de verstrengeling in beeld. Tijdens een staatsbanket zien we Ivanka in een gezellig onderonsje met de Chinese president. Een persbericht meldt triomfantelijk dat een groot aantal Chinese warenhuizen Ivanka’s kleding en sieraden in hun assortiment gaan opnemen. Scheelt ook weer in de transportkosten, want, de Amerikaanse producten worden in het verre oosten gemaakt. America first?

Een winkelier is kwetsbaar. Daarom houden veel middenstanders zich bescheiden op de vlakte als het over politiek gaat. Het liefst houden ze iedereen te vriend… Nordstrom was kennelijk van mening dat het niet langer kon zwijgen. Het concern sprak zich uit, luid en duidelijk. Tegen het mixen van leugen en waarheid, tegen stemmingmakerij, tegen geheime afspraken met de Russen, tegen aanvallen op de vrije pers. Met de man die de opwarming van de aarde een ‘verzinsel’ noemt, de mijnwerkers voorliegt dat hij hun banen zal terugbrengen, de man die de allerarmsten hun zorgverzekering afneemt, met zo’n man willen zij niet geassocieerd worden.

Die afwijzing was niet zonder risico. Trump is rancuneus en de harde kern van zijn volgers is dat ook. Hun geloof in de redder van het land is nog onvoorwaardelijk. Wat Donald doet is welgedaan. De loyale Trump-aanhang zou kunnen besluiten de vijand ‘terug te pakken’ door er niet meer te kopen.

Wat blijkt? Het dappere warenhuis Nordstrom stak zijn nek uit, en de voortrekker bracht een beweging op gang die resulteerde in een omzetdaling van 26 procent tussen januari 2016 en januari 2017. Hoewel Ivanka c.s. het tegendeel beweerde, won de boycot terrein. Onlangs nog sloot Hudson Bay, sinds 2017 ook in Nederland, zich aan. Trump’s immigrantenbeleid is de laatste steen des aanstoots.

Op 25 juli 2018 kondigt Ivanka Trump aan met haar kledinglabel te stoppen. Zij wil zich totaal concentreren op haar adviserende taak in het Witte Huis.
U begrijpt: Nordstrom had ik eerder in mijn portefeuille binnengehaald, met liefde.

Oh Deere – terug naar mijn jeugd

In de zomervakantie gingen wij naar het dorp waar mijn grootvader geboren is. Als wij ons in het verbouwde kippenhok hadden geïnstalleerd, gingen we eerst de familie begroeten die was achtergebleven toen onze avontuurlijke opa was vetrokken om in Rotterdam onderwijzer te worden.
Het dorp had een agrarische bestemming. Huis aan huis werd geboerd. Overal koeien, varkens, schapen, kippen. In de moestuinen de aardbeien, de prei, de boerenkool. Er was nog geen waterleiding. Water putten we uit de regenput en als die droogviel, schakelden we over op de welput. Op ons, stadkinderen, had het boerenleven een grote aantrekkingskracht. Het was ruiger, spannender. De stank van de varkensstal benam je de adem. Het slachten gebeurde door de slager zelf, jagen en stropen was de standaard en op de kermis ging men op de vuist. Als jongetje kreeg ik ‘gewoon’ een glaasje brandewijn met suiker, omdat mijn oom iets te vieren had; gewoon, mannen onder elkaar. De dorpskinderen lachten om onze gepoetste schoenen en onze onnozelheid.

Mijn oom was de loonwerker in het dorp. Zijn kapitaal had de vorm van een tractor, een gifgroen bakbeest van het merk John Deere. Die ploegde, egde, zaaide, plantte en rooide. Die maaide het gras, keerde, schudde, harkte het hooi, dat werd geperst tot vierkante pakken, die zich voorbeeldig lieten stapelen.

In de zomer had mijn oom het razend druk, want alle boeren wilden oogsten voor het weer omsloeg. Mijn tante belastte zich met de toewijzing. ‘Jij eerst, dan jij.’ Aan haar gezag werd niet getornd. Ze was een boerendochter, zij had de autoriteit de volgorde te bepalen. Mijn oom volgde de boerenklok. Bij het eerste licht van de dag startte hij de John Deere en hij werkte door tot de avond viel. En ik, ik ging met hem mee. Terwijl hij stoïcijns, geduldig zijn kaarsrechte lijnen trok, zat ik naast hem in de cabine en verveelde me geen moment. Want, ik had een taak. Ik holde vooruit om hekken te openen, ik haalde water en koffie, nam nieuwe opdrachten in ontvangst.

Zijn overall rook naar smeerolie en naar zware shag. Mijn mooiste moment kwam als hij het stuur losliet om een sjekkie te draaien. Ik vocht met het stuur om de zware tractor op koers te houden. Hij vertrouwde mij die machtige machine toe, al draaide hij, dat moet gezegd, zijn flinterdunne sjekkie in een oogwenk. Zoals hij daar zat, twee meter boven het maaiveld, zijn blik gericht op de horizon, was hij de koning van het veld. Hij heerste over de materie. Voor elk denkbaar probleem had hij de oplossing. Hij was de man die in mijn jongensoog geen fout kon maken. Liep de tractor vast in de modder, hij wist hem met touwen en kettingen weer vlot te trekken.

Mijn oom is in 2003 overleden. Zijn bedrijf had hij 15 jaar eerder al opgedoekt. Bij gebrek aan klanten. In het dorp, dat nu leeft van het toerisme, zijn welgeteld nog twee boeren over. En van lieverlee hebben zich er steeds meer forenzen en pensionado’s gevestigd. John Deere heeft op imposante wijze voortgeploegd. Het merk is in alle delen van de wereld vertegenwoordigd. In de innovatieve landbouwtechnologie is het bedrijf van de voormalige dorpssmid een koploper. De catalogus wordt elk jaar dikker. Er is nu zelfs John Deere kleding en John Deere speelgoed.

Als ik in de polder een stoer gifgroene John Deere zie ‘werken’, proef ik op mijn tong een slok brandewijn en ruik ik zware shag.

Verdwaald in Duckstaat

Als we in een stad aankomen, beginnen wij ons direct te oriënteren. We kopen een kaart, we prenten ons de hoofdlijnen van het stratenplan in, de doorgaande avenues, de rivier, de pleinen, de parken. We kijken om ons heen en nemen de verhoudingen in ons op. Wij zoeken ijkpunten. Bakens als kerken, torens, paleizen, departementen. Kijk, daar de Eiffeltoren, St-Paul’s, de Scala.

Zoals het oude fotopapier in het zuurbad langzaam zijn geheimen prijsgeeft, zo wordt in ons brein een patroon geëtst. We krijgen door hoe de stad ‘in elkaar zit’. Na verloop van tijd krijgen we er plezier in, ons zelfvertrouwen groeit. Wij zullen niet zo gauw meer verdwalen.

Een mens, in welke omgeving of welke abstractie hij zich ook bevindt, zoekt zekerheid, houvast. We zweven niet graag als stofdeeltjes door de ruimte. We willen weten waar we aan toe zijn. Als we een trap beklimmen, is daar de leuning, als we een mening hebben zoeken we bevestiging bij een autoriteit. Willen we een verschijnsel begrijpen dan gaan we op zoek naar de verklarende theorie. Zo ook vergaat het toeristen die voor het eerst Dagobert Duckstad bezoeken. Zo snel mogelijk ‘ein Berliner’, een ‘Parijzenaar’, een ‘New York Yankee’ worden…

Wie besluit, als eerste stap naar jaloersmakende rijkdom, aandelen te kopen, wil zich in zijn nieuw ‘stad’ zo snel mogelijk thuis voelen. Hij wordt op zijn wenken bediend. Er is een overvloed aan literatuur beschikbaar. Vol overgave stort hij zich op zijn nieuwe discipline. Hij studeert zich suf, maar terwijl hij zich ingraaft, wordt hij zich bewust van een verwarrende paradox: hoe meer hij weet, hoe minder hij begrijpt. Net als de afgewezen geliefde, weigert hij aanvankelijk de harde realiteit onder ogen te zien: zij moet hem niet, zij geeft de voorkeur aan die man met dat ravenzwarte haar. Allicht. Dus vroeg of laat zal hij de vlag toch moeten strijken.
In de eenzame stilte van de bibliotheek zal de student de eerste ‘wet’ moeten aanvaarden. Er is geen sluitende theorie. In Duckstad is Newton’s wet van de zwaartekracht niet te vinden. De kosmos van het beleggen is fundamenteel onvoorspelbaar, er heerst een permanente chaos. De enige autoriteit die hier erkent wordt, is die van de kansberekening; een stad geregeerd door toeval. Van Duckstad is geen plattegrond voorhanden.
Conclusie: hier kun je eigenlijk alleen maar verdwalen.

Battle of Britain

Weinig merken die zo’n roemruchte geschiedenis kunnen overleggen als Rolls Royce.
Nadat Hitler zich met ‘speels gemak’ een groot deel van Europa had toegeëigend, besloot de Führer dat het hoogtijd werd die arrogante Britse blaaskaken eens een lesje te leren. Luchtmacht – chef Goering ging ervan uit dat de Britse luchtmacht geen partij zou zijn voor zijn superieure Luftwaffe, die ook nog eens op een numerieke meerderheid kon bogen. Tegen de beproefde Messerschmitts kon de RAF slechts een nieuwe jager stellen, die in de ogen van de Duitsers nog volop te lijden zou hebben van hinderlijke kinderziektes: de Spitfire.
Eigenlijk geen serieuze tegenstander. Gedragen door Teutoonse thermiek van onoverwinnelijkheid, begonnen de Duitse vliegers met groot zelfvertrouwen aan de luchtslag.

Zoals wij weten liep het anders. De Spitfires waren sneller en wendbaarder, onder andere door hun elipsvormige vleugels. Wat zeker meegespeeld zal hebben, is het thuisvoordeel. De Britse piloten verdedigden hun vaderland, hun volk, hun koning, de Britse tradities. Hun erfgoed. Klinkt een beetje gek voor mensen die zich in de lucht voortbewegen, maar zij stonden met hun rug tegen de muur. De Britten verloren veel vliegtuigen, maar bij rust stonden zij al royaal voor. Goering zag in dat er voor hem boven Engeland geen eer te behalen viel. Tandenknarsend gaf hij zijn eskaders opdracht naar het continent terug te keren. De Germanen dropen af, spreekwoordelijk staart tussen de benen. Groot-Brittanië en de hele vrije wereld haalden opgelucht adem. Churchill sprak zijn legendarische woorden: ‘Never before in human history was so much owed by so many to so few.’

De Spitfires werden voortgestuwd door motoren van het merk Rolls Royce. De Merlin V12 leverde 700 pk. In de loop van de oorlog werd het ontwerp voortdurend verbeterd, waardoor de betrouwbaarheid tot grote hoogte steeg. Nieuwe technieken werd direct toegepast en tot op de huidige dag is Rolls Royce een innovatief bedrijf.

Ik ben ervan overtuigd dat de geschiedenis van het bedrijf van grote invloed is op vorm en inhoud anno nu. De eens gekozen waarden caramboleren van de ene generatie naar de volgende. Onder zijn microscoop zou de onderzoeker ze in het DNA aantreffen. Wie nu een aandeel Rolls Royce bestelt, koopt een stukje van de op een na grootste fabrikant van vliegtuigmotoren ter wereld. Anyway geen slechte investering. Het heldendicht van The Battle krijg je er als belegger gewoon bij. Hoe vaak krijgt een mens de kans zo’n slag te slaan?

Uit de tijd van Theo Thijssen

Amsterdams huis 1902

Als je voor een oud gebouw staat, kun je plotseling overvallen worden door een historische opvlieger. Je realiseert je dat dit gebouw er, min of meer in dezelfde vorm, 300 jaar geleden ook al stond. Dat het gebouw het straatbeeld bepaalde van allen die je voorgingen. Misschien hebben zij, net als jij, er even bij stilgestaan, is hun blik langs de gevel gestreken, halfbewust. Want net als jij, hadden ze wel wat anders aan hun hoofd. In zijn onverstoorbare, dooie eentje verbindt het pand generaties die kwamen en gingen, door de tijd gewist. De stille getuige is overend gebleven.

Het is intrigerend te beseffen dat een bedrijf dat al bestond in een tijd die jij enkel kent van de geschiedenislessen of uit romans, tot de huidige dag voortleeft. Een bedrijf dat al bestond toen meester Theo Thijssen in de avonduren zijn “Kees de  jongen” schreef. Een bedrijf dat al reclame maakte toen Gustav Mahler naar Amsterdam kwam om zijn eerste symfonie te dirigeren. Misschien zijn hun emaillen wandreclames en papieren affiches hem wel opgevallen. Een firma die al exporteerde toen de jonge Vincent van Gogh door Amsterdam zwierf, te gast bij zijn oom, directeur van de Marinewerf. Hij zal zich hebben verwonderd bij de bouwput van het nieuwe Rijksmuseum, dat inmiddels glorieus gerestaureerd is.
Van al die bedrijven kunnen we één ding met zekerheid zeggen: het zijn overlevers, taaie knarren. Slim gebleven, vindingrijk, meebewegend met de tijd, het veranderende tij… En mettertijd heeft het overleven zich in hun genen genesteld. Aanpassing, flexibiliteit is een vaste waarde in hun ‘karakter’ geworden. En die eigenschap geeft mij vertrouwen.

In mijn jeugd ontketende mijn moeder en ware revolutie in haar domein. Zij introduceerde de Pyrex. Een glazen schaal voor in de oven; glas dat moeiteloos warmte opneemt zonder uit elkaar te spatten. Dat was me toch een sensatie. De fabrikant, Corning (anno 1851), thans de grootste producent van schermpjes voor mobiele telefoons, is nog altijd uitermate innovatief en avantgardistisch. In mijn portefeuille zijn oude bedrijven oververtegenwoordigd.

Ik realiseer me, vallend op oud, dat ik jonge blommen als Apple, Google, Microsoft over het hoofd zie. Hen behandel ik als nieuwkomers die zich nog in de tijd moeten bewijzen. Slagen ze daarin, dan omhels ik ze als de Hindoegod Vishna, met  vier armen.

Hart en ziel

Two doors down

In artikelen over beleggen staan doorgaans veel cijfers. Omzetten, winsten ratio’s, indexen. Daardoor wordt de indruk gewekt dat we hier met exacte wetenschap van doen hebben. Met de juiste formules en modellen zou je het verloop van beurskoersen kunnen analyseren, begrijpen en tenslotte ook voorspellen.

We kunnen een ruimtesonde naar Venus sturen, waarom zouden we dan een relatief eenvoudige opgave als het voorspellen der koersen niet kunnen volbrengen? Tegelijkertijd weten we dat beleggen zich soms voordoet als een variant op het piramidespel en dat het een universum is waarin alles beweegt. Ik durf de stelling aan dat het voorspellen van beurskoersen een utopie is. Door de immense hoeveelheid data, maar vooral omdat een koers de resultante is van menselijk gedrag dat per definitie onvoorspelbaar is. Niemand is vandaag in staat om de Googles, Apples en Microsofts van morgen aan te wijzen. Mijn stelling is dat het de belegger vrij staat, bij gebrek aan een sluitende theorie, zijn hart te volgen. En daarbij mag hij best een flinke scheut emotie door zijn Irish whisky roeren.

Ik juich dat toe: naarmate de betrokkenheid wordt opgevoerd, wordt beleggen leuker. Hoe meer binding hoe beter. ‘Zijn’ aandeel dat winst maakt, is als de zegen van zijn kluppie. Zou de homo oeconomicus, na het doorrekenen van alle alternatieven, altijd tot de meest optimale keuze komen? Die berekenende burger is mijns inziens een abstractie, zoals ook de 100% rationele belegger nergens op aarde rondloopt. Wat mij betreft, maar ik zoek geen volgers, mag de belegger zijn eigen tamboer volgen, zijn eigen lied zingen. Fan van Manchester United? Koop die aandelen. Ook al is de meerderheid daarvan in handen van een Russisch miljardair, die de club gebruikt om zijn aanzien bij bevriende miljardairs te verhogen. We willen tenslotte allemaal ergens bij horen.

Door te beleggen in bedrijven die hem aan het hart gaan, kan de belegger zich doen gelden. Zijn ‘stem’ weegt niet zwaar, maar hij telt wel. Op zijn eigen manier kan de belegger iets bijdragen aan een betere wereld. Door ‘nee’ te zeggen. Nee tegen kinderarbeid, tegen rechteloosheid, tegen vervuiling. Een statement. Als heel veel beleggers er net zo over denken, kan een leger mieren de steen van het hunebed verplaatsen.

En verder, belegger, hang eens de beest uit, waag een gokje, dans eens Afrikaans als er niemand kijkt! Ik werp mij niet op als spreekstalmeester van de chimpansee-methode; het maar lukraak aankopen van aandelen zonder enige voorstudie. Integendeel, de belegger moet erachter zien te komen of een bedrijf bij hem past. Bij die beslissing mogen persoonlijke ervaringen of gesprekken met medewerkers zwaar wegen. We moeten af van het schurende gevoel dat we er veel meer uit hadden kunnen halen als we maar de juiste beslissing hadden genomen. Het spijt me zeer: So etwas gibt’s nicht. Het enige baken waarop we kunnen koersen, is de kansberekening. Voor wat het waard is. Als de dokter zegt: ‘U heeft 49,3% kans op genezing.’ Wat weten we dan…

De reizende belegger

‘Reizen is en goed middel tegen kleingeestigheid’, zei Jan Slauerhoff. De schrijvende scheepsarts kon niet vermoeden dat zijn uitspraak nog eens als argument zou opduiken in een stukje over beleggen. Een goede belegger is een reizende belegger, is de stelling die ik hier betrek. Nu kennen we ‘reizen’ en ‘reizen’. Het merendeel van de massatoeristen wordt gereisd. Even opletten. Ik wil het hier hebben over de bewust waarnemende reiziger, de zelf reizende mens (zrm) en in deze context de zelf reizende belegger (zrb).

De zrb verlaat zijn comfortzone en betreedt de natuurlijke omgeving van merken die hij alleen van de financiële pagina’s kent. Hoe gaat het eigenlijk echt met die bedrijven? Natuurlijk, de belegger kan terugvallen op de media. Maar hij krijgt gefilterde koffie die hij bovendien met andere lezers/kijkers moet delen. Niets overtreft eigen waarneming.
Er gaat niets boven zelf door New York te wandelen, een praatje te maken met de Londense taxichauffeur, zelf de Cinquecento door Italië te sturen, met eigen ogen te zien hoeveel BMW’s er door Moskou rijden of in te stappen in de Parijse metro met ‘a movable feast’ van Hemingway onder de arm.

Vorig jaar landden wij op de luchthaven van Oslo en stonden, nog vóór de douane, oog in oog met een reusachtig billboard van ABB (technologie bedrijf). Je kon er niet omheen; het was duidelijk dat de beste designers voor het ontwerp hadden getekend. Het was perfect uitgelicht. Er zat zoveel power in dat billboard, het straalde een flegmatiek, diepgeworteld zelfvertrouwen uit. Het was als de turnster die weet dat ze de oefening op de balk feilloos gaat uitvoeren. Het legde een verklaring af van vanzelfsprekendheid. In het hotel aangekomen heb ik meteen een paar aandelen ABB besteld.

Dit voorjaar waren we in Parijs en bezochten Le Magasin du Printemps. De manier waarop producenten van geuren en cosmetica hun waren presenteren is adembenemend. Zij creëren een sfeer van luxe en elegantie waarin iédereen wel even wil schuilen. Al is het maar om even aan de zoemende zwerm van kleine dagelijkse zorgen en tegenslagen te ontsnappen.
Het was er die morgen niet erg druk. Maar één stand trok onmiddellijk onze aandacht. Voor het eiland van Louis Vuitton stond een lange file en toen we inzoomden zagen we dat het allemaal Chinezen waren. Zij stonden met taoïstisch oosters geduld in de rij. De beloning die ze zouden ontvangen, was het wachten alleszins waard. De reputatie is het merk vooruitgesneld, de mythe is verteld en begrepen, de droomfabriek heeft zijn werk gedaan. De Chinese taal vond een synoniem voor ultiem geluk: Louis Vuitton.
Chinezen reizen de halve wereld over om in een Parijs’ warenhuis uren in de rij te staan om jouw producten te kopen, te mogen kopen.
Dan heb je als merk wat bereikt.

New Orleans

Na dagenlang boven de Golf van Mexico gespookt te hebben, kwam orkaan Katrina aan land. Het was 25 augustus 2005, New Orleans.

Haar komst was aangekondigd. Een oudtestamentische volksverhuizing kwam op gang; het volk vluchtte voor de toorn van de Heer. Wie weg kon, vertrok hals over kop. SUV’s werden volgepropt met waardevolle spullen en beddengoed. En Gaan! De highways richting het noorden raakten verstopt door een onafzienbare vluchtfile.

Degenen die geen vervoer hadden: de autolozen, de gehandicapten, de bejaarden bleven achter. Plus de mensen die op hun post bleven om hun taken in de zorg, de dienstverlening en in de publieke diensten uit te voeren. Als een dronken hooligan rukte de orkaan aan deuren en luiken, daken vlogen als puntmutsen door de lucht, dijken braken, wijken liepen onder water auto’s dreven. In het hoofdkantoor van Manpower brandde nog licht. Een groep medewerkers besloot de wacht te houden en terwijl ze werkeloos bij elkaar zaten, ontvingen zij een bericht van het hoofdkantoor: “Gooi de deuren open! Vang iedereen op die bescherming en veiligheid zoekt, geef onderdak, warmte en voedsel. Zorg voor hen!”

Het kantoor liep al snel vol met kleumende, ontredderde, losgeslagen, verwarde slachtoffers. Sommige gewond, andere in shock. De medewerkers verdeelden de taken. Een ploeg trok eropuit om grote hoeveelheden voedsel en medicijnen in te slaan. In de geïmproviseerde keuken borrelde al snel in emmers en teilen, een kruidige kippensoep die zijn troostende geur door het hele gebouw verspreidde. In een paar uur tijd werd het uitzendbureau omgevormd tot een centrum van noodeconomie; de machine kwam piepend en krakend op gang. In  de dagen erna, terwijl de orkaan uitraasde, organiseerden Manpower’ s medewerkers de zorg: voeding en slaapgelegenheid. Men stelde regels op en de kleine gemeenschap van ontheemden, ze rooiden het met elkaar. Veilig en warm zaten ze. Hun gastheer, meneer Manpower, hield hen uit de wind.

U zult zich afvragen: Alles goed en wel, maar wat heeft dat met beleggen te maken? Ik beleg graag in bedrijven die mijn affectie verdienen. De hulpverlening in New Orleans schoot jammerlijk tekort. De regering-Bush deed niets, de militairen die hadden kunnen helpen, zaten in Irak. Meneer de President verscheen pas na een paar dagen; zijn helikopter maakte een toeristische rondvlucht boven het rampgebied. Hij nam niet de moeite ook maar met één slachtoffer te spreken.

Nee dan Manpower. Where were you when I needed you?! Het Manpower-Katrina-verhaal heb ik een jaar na dato gelezen. Het raakte mij zo dat ik nog dezelfde dag een paar aandelen Manpower heb gekocht. Sindsdien maken ze deel uit van mijn portefeuille.
Ze hebben mij geen windeieren gelegd.