Parijs

Parijs hoef je de meeste Nederlanders niet uit te leggen. Al heel lang is de Franse hoofdstad voor ons de meest benaderbare, meest bereikbare metropool. Parijs heeft een lage drempel. Johnny Jordaan zong al over Klaverjasclub Schoppen9 die een weekje naar Parijs ging om de contributie te verteren. Zo’n lied, hoe goedbedoeld ook, bewijst de reputatie van een stad natuurlijk geen dienst.
Nederlanders weten ook meer van Parijs dan van andere steden. Montmartre, Quartier Latin, Champs Elyssees, Place Pigalle. Gesneden koek. Het is net als met Pim Fortuin. Iedereen heeft wel een eigen lijntje.
Met een bezoek aan Parijs leg je geen eer in. Oh Parijs, daar zijn mijn ouders op huwelijksreis geweest. De moderne wereldreiziger reist naar Bangkok, naar Buenos Aires, naar Dubai, naar Jakarta, Mauritius.
Wie verre reizen doet…, maar dan bedoelen we ook echt verre reizen. Ten minste tien uur in de Airbus is dan zo’n beetje de norm. Wat misschien nog wel leuk is, dat je kunt zeggen: ik ben zondag met de Thalys even op en neer naar Parijs geweest om de tentoonstelling van Manet in Musée d’Orsay te zien. Zo’n getimede culturele pitsstop die je kunt memoreren in een bijzin. Dan hebben we het ook meer over een snel en trefzeker gepikte krent uit de pap. Voor de tentoonstelling ga je naar Parijs niet om Parijs zelf, want voor je daar aan toe bent, zit je alweer in de Thalys.

Door de jaren heen hebben zich Nederlanders in Parijs gevestigd. Vincent van Gogh, Piet Mondriaan, Cees van Dongen, Corneille, Karel Appel en meer recent Jan Wolkers, W.F. Hermans, Adriaan van Dis en Philip Freriks. Daarbij gaat het om meer dan een gewone verhuizing. Door naar Parijs te gaan, geven ze aan dat ze het nu echt helemaal gehad hebben met het burgerlijk benepen, kleingeestige, ingedommelde Nederland. Ze strepen Nederland weg. Ze gaan naar Parijs om te leven. In vrijheid. In Parijs kunnen ze ademen, daar kunnen ze de vorm vinden die zij zochten. En het kan niet ontkend worden, de stad heeft onze landgenoten geïnspireerd tot indrukwekkende kunstwerken. Hadden zij dat niveau ook gehaald als ze thuis waren gebleven?

In de loop der eeuwen zijn in Parijs kunstenaars allianties aangegaan met koningen en notabelen. Zij hebben elkaar nodig. De kunstenaars kunnen de dromen van de machthebbers realiseren. Kunstenaars stonden in hoog aanzien en die erkenning bepaalt misschien het niveau dat ze halen.
In Parijs twijfelt niemand aan het ‘nut’ van de kunst en de kunstenaars. Zij leveren een substantiële bijdrage aan de samenleving. Ze laten ons kijken door hun ogen, ze ontwaren zaken die wij nog helemaal niet zien. Ze zorgen voor schoonheid, spanning en vernieuwing. Een samenleving zonder kunst is voor de Parijzenaars grijs, saai, burgerlijk, ongeïnspireerd. Als de Bulgaarse kunstenaar Christo voorstelt om de Pont Neuf in te pakken, dan zien de Parijzenaars daar de lol wel van in. Parijs slaagt er opnieuw in alle ogen op zich te vestigen.

Kunstenaars moeten het hebben van de vibraties, de frequentie die een stad uitzendt en Parijs heeft lang de naam gehad: daar gebeurt het. Gebeurt het er nog? Of is Parijs op haar beurt ingeslapen, verburgerlijkt en keert de artistieke elite de oude dame de rug toe om zich eigenzinnig te vestigen in New York, San Francisco, Tokio of Dubai?

Door het Parijs van Adriaan van Dis rijdt een Hollandse touringcar met Brabantse plattelandsvrouwen. Doordat ze in de bus zitten en niet lopen, missen ze de wandelaar die net om de hoek van de Rue de Rivoli is verdwenen als de bus voorbij komt. Mooie stad Parijs, denken ze misschien, maar waar kun je haar aanraken?
Als de Thalys de voorsteden aantikt schuiven dit soort gerafelde gedachten, herinneringen en vooroordelen voorbij als wolken op een stormachtige dag. We besluiten er blank in te gaan. Parijs willen wij zien met nieuwe, onbevangen ogen. Les oeils de Cees van Dongen. Zoals Cees van Dongen zijn modellen zag en hun ziel vastlegde, zo willen wij Parijs ondergaan.

Onsterfelijk
Machthebbers willen altijd voortleven, de sterfelijkheid overstijgen. Ze willen de wereld iets nalaten. Zodat er, lang na hun dood, nog over hen wordt gesproken.
Nou ja die wens leeft in elk mens wel. Maar de gemiddelde burger ontbreekt het doorgaans aan middelen om een duurzame voetafdruk achter te laten.
Voor de keizers, de koningen, de presidenten, de kerkvorsten uit de geschiedenis lag dat anders. Zij hadden de macht om hun luchtkastelen in hardsteen om te zetten. In Parijs hebben zij zich naar hartenlust uitgeleefd en van hun koortsachtige, ijdele passie plukken wij nu nog de vruchten. Ik ken weinig steden die hun heersers zo hebben geïnspireerd en uitgedaagd als Parijs.
Waarbij opvalt dat de ontwerpers en hun opdrachtgevers er niet bang voor waren groot te denken.
Niet voor niets is grandeur een Frans woord dat door grootsheid onvoldoende wordt vertaald.
Het eerste dat de Parijs-noviet op moet vallen is de ruimte, de maat der dingen, de schier onmetelijke vlakken die de stad beslaat. Als je de kaart van Parijs maar genoeg abstraheert wordt het vanzelf een schilderij met de rechthoekige gekleurde vlakken van Piet Mondriaan. Geen toeval dat hij de stap naar de ultieme abstractie in Parijs heeft gezet. Parijs is ook niet rond zoals veel steden die in cirkels rond het oude dorpsplein zijn gegroeid. De stad heeft geen centrum. Zij is uitgerekt als elastiek, uitgerold als het taaie deeg van de pizzabodem; ook al zo’n briljante Parijse vinding.
De achthoekige Place de la Concorde (met de uit Egypte gejatte obelisk in het midden) heeft een oppervlak van ruim acht hectare. Dat mogen wij gerust de neerslag van groot denken noemen. Wie van het Louvre door de Tuilerieën en over de Champs Elyssees naar de Place de l’Etoile wil wandelen, mag daar gerust een halve dag voor uittrekken.
Parijs is rijk aan grote, mooie, indrukwekkende paleizen, musea en kerken, de zichtbare bewijzen van de hier sterk aanwezige hang naar historische erkenning.

De revolutie
Een wandeling door de stad is meteen een wandeling door de geschiedenis. En in dit geval geschiedenis die ook ons direct raakt. De Franse revolutie die in een mildere vorm in alle Europese landen is gekloond, heeft de verhoudingen bepaald. Macht niet meer op grond van erfelijkheid en willekeur, maar gebaseerd op kwaliteit en verdienste. De opstand maakte een eind aan de vanzelfsprekende voorrechten en privileges van het ancienne regime.
Op de Place de la Concorde stond de guillotine opgesteld waar het volk van Parijs samenstroomde als er weer een gevallen hoge heer of dame terecht werd gesteld. Niet veel later ondergingen de verraders van de revolutie het zelfde lot.
In het Louvre kun je de Da Vinci Code-rondleiding volgen. Daar wordt precies uitgelegd waar de vermoorde professor heeft gelegen en met zijn bloed een cryptisch signaal heeft afgegeven voor de nobele speurders die hun leven in de waagschaal stellen om de waarheid te achterhalen.
Zou het niet beter zijn een rondleiding te geven over de democratie? Hier is het begonnen. En daardoor hebben jullie nu stemrecht en zijn jullie vertegenwoordigd in het bestuur van het land. Kan dat nog iemand boeien? De hordes vermoeide toeristen, Amerikanen, Japanners, Chinezen, vinken vooral af. Eiffeltoren? Gezien. Notre Dame? Gezien. Het Louvre? Gezien. Sacré Coeur? Gezien. Les Invalides? Gezien. Grand palais? Gezien. Check.

Investering
Nu is ook hier niet alles goud wat er blinkt. De spilzucht, de hang naar extravagante luxe van onder anderen de Lodewijken, heeft het land meermalen op de rand van het faillissement gebracht. De burgers hebben ervoor moeten bloeden en zij zullen zich er terecht over hebben beklaagd.
Ik kan mij voorstellen dat de Lodewijken in die tijd de zaak al met een claim op de toekomst gesust hebben. Jongens, rustig. Wij moeten dit zien als een investering op lange termijn. Over 200 jaar komen de toeristen in drommen naar Parijs om zich te vergapen aan onze architectuur, onze monumenten, onze grandeur. En wat denk je dat al dat volk onze middenstanders in het laatje gaat brengen? Geld dat via de perfecte Franse belastingdienst rechtstreeks aan de staatskas ten goede komt.
Lodewijk de veertiende kon iedere avond kiezen uit veertig maaltijden die door een keukenbrigade van een kleine 500 man werden bereid. Hij koos er één en hij dineerde alleen. Mat Ridley, de schrijver van ‘The rational optmist’, rekent ons voor dat een willekeurige burger in onze tijd minimaal net zo rijk is als Lodewijk destijds. Voor ons worden in Parijs elke avond niet 40, maar wel 500 verschillende maaltijden bereid en wij hebben het voor het kiezen.
Intussen blijft het boeiend te bedenken dat zo’n Lodewijk bijna elke gril die in zijn koninklijke hoofd opkwam gerealiseerd kon krijgen. Hij knipte met zijn vingers en 339 livrijers zetten zich in beweging. Waaierden uit naar alle uithoeken van het land om te vinden waar de koning om gevraagd had. Voor ons is hij een rolmodel, want in zijn hart is de hedendaagse consument zijn eigen Zonnekoning. En over de hele wereld staat een leger van marketeers en ontwerpers klaar om hem op zijn wenken te bedienen of, mooier nog, om hem te verrassen met een product waar hij zelf nog niet op was gekomen. Als we dichter bij huis blijven dan kan Lodewijk door de eeuwen heen misschien Disneyland Parijs inspireren. Wat denken wij van Zonnekoning voor een dag? Onbeperkt champagne, cola, kaviaar, hamburgers. Onbeperkt alles. Tot om 24.00 uur de betovering wordt verbroken omdat de creditcard is uitgewerkt.
Toen het er even naar uitzag dat Pim Fortuin de nieuwe premier van Nederland zou worden, voorspelden de media dat hij zich in die functie zou bezondigen aan Zonnekoninggedrag waarmee het degelijke Nederland de onbetwiste risee van de EU zou worden. We hebben het niet mee mogen maken. Het blijft speculatie. Misschien maakt iemand er nog eens een film over.

Macht en schoonheid
Er wordt wel eens gezegd: macht kan het vermogen hebben zich in schoonheid te manifesteren. Hoe dit even goed jammerlijk fout kan gaan hebben we in de voormalige oostbloklanden gezien. Daar bouwden ze vooral groot, massief en lelijk. In Parijs is het de macht overtuigend gelukt schoonheid te creëren. En het blijft natuurlijk fascinerend te bedenken hoe één man, de koning, tegen de architect van het Louvre zei: ja dat is goed, bouw dat maar zo. Niks commissies, niks polderen, niks kan het wat minder. Een in steen gehouwen beslissing die staat als een huis. De Parijse taartschep snijdt scherp en zonder rafels door de schuimlagen van de geschiedenis. Op Ile de la Cité en Ile Saint Louis hebben de Romeinen al gebouwd en dat is nog altijd zichtbaar. De middeleeuwen, de oorlogen, de revoluties, de helden, de antihelden, de kunstenaars, de winnaars, de verliezers, de illusionisten, ze zijn er allemaal terug te vinden. Parijs doet zijn verleden alle eer aan.
De historische lijn is ook zichtbaar: van de kleine Arc du Carrousel in het hoefijzer van het Louvre, via de Arc de Triomphe in één rechte kilometerslange lijn naar de Grande Arche in la Défense. Dat noemen we visie.

De geest
En waar komt die ambitie om groots en meeslepend en duurzaam te creëren vandaan? Is het de plek? De geest van Parijs die als een fijne, onzichtbare mist in weefsels, materialen en hersencellen doordringt? En die ook op onbewust niveau de gedachten van de Parijzenaars aanstuurt? Hangt het in de lucht zoals in Amsterdam de humor en de afkeer van kapsones en dikdoenerij?
Hoe dit ook zij, er moet zich in de loop der tijd een cultuur hebben ontwikkeld die bravoure toejuicht, aanjaagt en beloont. De allure moet op den duur onderdeel van het wezen van de stad worden.
Het idee om een stad een persoonlijkheid, een identiteit toe te kennen blijft een discutabele en hachelijke operatie. Maar voor de bezoeker die houvast zoekt, die probeert uit al die verschillende gedaanten waarin de stad zich presenteert een beeld te destilleren, kan het een nuttig concept zijn.
Het is heel goed mogelijk dat de geest van Parijs, zij het kortstondig, ook over de toerist vaardig wordt. Waarschijnlijk gaat dat in één moeite door. Ongemerkt ondergaat ook hij of zij een subtiele verandering, hun bewustzijn wordt lichter, fijner en beweeglijker. Veel mensen denken dat ze in zo’n stad gewoon zichzelf kunnen blijven, dat ze door de straten kunnen lopen zonder aangeraakt te worden. Maar dat is gelukkig een illusie. Als een stad je niks ‘doet’ hoef je er ook niet heen te gaan. Er moet iets gebeuren en Parijs heeft dat goed begrepen. De stad weekt in, marineert, strooit als een ervaren chef met peper, rozemarijn en knoflook in de gietijzeren Le Creuset-pan die op een laag vuurtje aangenaam, zonder haast of stress staat te stoven en te pruttelen.
De toerist wil grip krijgen op wat er in Parijs ‘leeft’. Hij wil Parijs tutoyeren, duiden, begrijpen en uitleggen al was het alleen maar aan zichzelf.
Als we de stad als een persoon willen zien en beschrijven dan is Parijs de carrièretijger die enigszins verslaafd is aan succes. Zij wil imponeren, choqueren, verwarren, zij wil de wereld steeds weer verbaasd doen staan met staaltjes van innovatie, van onnavolgbare creativiteit en, toetoet daar heb je woord weer, van grandeur. Zij wil dat de wereld zich komt vergapen aan haar kunsten. Zoals, zo stel ik mij voor, Tuschinsky dat wilde met zijn theaters. Parijs wil het tegenovergestelde zijn van de grijze muis, de suffe, angstige burger, de mondaine stad wil zich onderscheiden van de boeren en buitenlui door smaak, verfijning en extravagante levenskunst.

Risico
Daarbij hoort ook: living on the edge. Parijs betast de rand, zoekt de grens, coquetteert met risico’s. Fatale stad met fatale vrouwen die je in hun macht krijgen, die je ten onder doen gaan in wanhoop, vertwijfeling en zelfbeklag. Dat is nadrukkelijk ook een theatraal, smaakbepalend ingrediënt in het gerecht Parijs. Het oh-la-la-effect. Verslaving aan drank, aan gokken, aan verkeerde vrienden, aan een te dure levensstijl.
Parijs heeft de naam een gevaarlijke stad te zijn en de provinciaal wil dat wel eens meemaken. Er even naar kijken, er even aanzitten, er even in worden ondergedompeld.
Om dan voordat het echt gevaarlijk of meeslepend dreigt te worden, op het Gare du Nord weer veilig in de trein te stappen.

Hoe het trouwens gesteld is met die fatale, gevaarlijke, verslavende, verslindende Parijse vrouwen kunnen wij moeilijk vaststellen, ook al omdat wij ons niet in het nachtleven storten. De vrouwen die met een flute onder de arm terugkomen van de bakker, die hun hondje uitlaten kunnen met de beste wil van de wereld niet opwindend genoemd worden. Ze zijn goed verzorgd daar niet van, maar ze zijn schimmig mager, kleden zich in introverte kleuren, hebben zuinige mondjes en kleine borstjes. En al van verre zenden zij met zwaailicht de boodschap uit: raak mij niet aan want dan ga ik gillen. Parijs bewaart zijn geheimen en zijn mythes zorgvuldig.
Ze zijn er geweest, zoveel is wel zeker, ze hebben bestaan, de intrigerende, geheimzinnige, exotische vrouwen die het vrouw-zijn tot kunst hebben verheven. Die aan deze status het recht ontleenden elk moment van mening te veranderen, zichzelf tegen te spreken of een nieuwe relatie aan te gaan. Vrouwen waar mannen geen genoeg van konden krijgen. Cees van Dongen heeft hun portret geschilderd. Zijn werk is te zien in het Musee des Arts Modernes.
Hij heeft ze zo geschilderd dat je maar blijft kijken en gissen en speculeren. En nog eens kijken. Ze zijn verdwenen met hun tijd, maar ze laten je niet los.
Je wilt steeds meer van hen weten, van hun karakter, de kleur van hun ogen, de klank van hun stem, hun adembenemende nukken, de puzzel van hun levens.

Maar net als Parijs geven zij hun geheimen maar mondjesmaat prijs. Parijs is de stad die weet wat wij niet weten. Maar wij willen er wel achter komen. Onze nieuwsgierigheid is geprikkeld. Parijs in de gedaante van de verleidster, als gids in twee richtingen. Aan de ene kant naar de geschiedenis die ook op het leven in Nederland zo’n grote invloed heeft gehad. Aan de andere kant uw gids naar de toekomst. Nieuwe technologie, nieuwe concepten, de fantasie, Jules Verne, de bevlogen koffiedikkijker die zijn tijdgenoten deed rillen met zijn ongehoorde, speculatieve voorspellingen.

Wereldtentoonstelling
Ik stel mij voor dat de stad in het jaar 1889 het beste in de rol zat van wereldwonder. Voor de wereldtentoonstelling die dat jaar werd gehouden, bouwde Gustave Eiffel zijn toren, een reusachtige en toch elegante stalen constructie die aanvankelijk hopeloos leek te contrasteren met de traditionele architectuur en de vormgeving waar Parijs mee was ‘opgevoed’.
Het ligt voor de hand dat iedereen die het zich maar enigszins kon veroorloven in Parijs wilde zijn om de toverlantaarn met eigen ogen te aanschouwen. En niet alleen de toren maar ook de indrukwekkend paleizen waar het werk van de impressionisten een nieuwe stroming in de kunst inluidde.
Het doet me denken aan de verjaardag die John Kennedy in 1961 in aanwezigheid van toute l’Amerique vierde in Carnegie Hall. De gelegenheid waarbij Marilyn Monroe ‘Happy birthday Mr. President’ voor hem zong. Tijdens het diner zei de vrouw van een democratisch senator tegen haar vriendin: “From now on we can only go downhill”.

De vraag is heeft Parijs het nog? Parijs, heb jij het nog?
Het vermogen te verbazen, te boeien, te choqueren, te imponeren?
Bij die vraag bekruipt ons de twijfel. Zo ver wij weten is het Centre Pompidou met zijn gekleurde buitenwaartse pijpen en leidingen het laatste architectonische hoogstandje van de stad. En de hoogtij van de Bulgaarse kunstenaar Christo, die de Pont Neuf inpakte, ligt ook al weer een tijd achter ons. Wie zijn de hedendaagse Parijse helden? De spraakmakende kinderen van de wereldstad?

Global village
In deze tijd ontkomt geen enkele stad aan de globalisering. Parijs is minder Frans geworden. In het nieuwe winkelcentrum le Carrousel dat onder het Louvre is uitgegraven vinden we winkels van Apple, van Virgin, van Prada. Starbucks serveert er de koffie en de muffins. De slappe, trage, irritante café filtre zal men op de kaart te vergeefs zoeken. Ook in Parijs zijn de wereldmerken machtig neergestreken met als voorlopig droevig dieptepunt de vestiging van MacDonalds pal naast het gerenommeerde etablissement George 5 op de Champs-Élysées. Op de eeuwige jachtvelden worden nu vooral hamburgers geschoten. Is er dan niets meer heilig? En dan hebben we het nog niet eens over de omvangrijke groep die zeker meent te weten dat Parijs de nagebouwde hoofdstad van Disneyland is.
Parijs verwatert, het goudgehalte neemt af. De gegoede Parijzenaars rijden in een Audi, een Porsche Cayenne, een Landrover of een Mercedes. Ons hotel ligt dicht bij Roland Gaross waar vandaag juist de enige Franse hoop Monfils is uitgeschakeld. Verloren zoon.

Elke morgen tellen we uit gewoonte de geparkeerde Bentleys die tegenwoordig in Duitsland worden geproduceerd. De stadsbussen zijn niet meer van Renault maar van het Duitse merk MAN. In de lobby van het hotel staat een party van de Amerikaanse Viagra-pharmaceut Pfizer aangekondigd. Le jour de l’érection est arrivé.

Naast ons in de Thalys zit een jonge Nederlandse dj die, wellicht meeliftend op de mondiale roem van Tiësto en Van Buuren is gevraagd te draaien op een dancefeest in Parijs. Dat vindt hij best wel vet, zo’n uitnodiging. Zijn enige bagage bestaat uit een paar dvd’s. De organiatie zorgt voor de rest. Morgen reist hij weer terug.

Bij Virgin wordt de blik van de bezoeker gedwongen naar grote displays van Lady Gaga, Robby Williams, Michael Bublé of Michael Jackson die hier absoluut niet dood is; zelfs de Beatles en de Stones doen nog van zich spreken. Waar zijn hun Parijse equivalenten? Waar zijn de Parijse helden? Waar zijn Les Poppys? Dat moeten nu toch mannen in de kracht van hun leven zijn.

Ondergronds
De ambitie om op een elegante, kunstzinnige manier ruimte te creëren is in ieder geval nog springlevend. Het ondergrondse winkelcentrum is van een zodanige afmeting dat het gevoel van claustrofobie bij voorbaat is uitgesloten. Bij het graven of hakken zijn de fundamenten blootgelegd van het kasteel dat Karel IV hier in 1580 liet bouwen. En die muren zijn achter glas te zien. Zo krijgt het winkelend publiek en passant ook nog een stukje geschiedenis mee. Dat klopt wel, als je gaat graven dan kom je vanzelf in historische lagen terecht. Het Rome van Caesar ligt wel drie meter onder het huidige straatniveau.

In het onderaardse winkelcentrum treffen we een bekende, maar dan in spiegelbeeld. De glazen piramide die we kennen als de nieuwe ingang van het Louvre, hangt hier met de punt naar beneden aan het plafond, hij boort zich als het ware de grond in. Een hallucinerende ervaring. Wie beweert dat een piramide, evenmin als het ei van Columbus, niet op zijn punt kan staan, moet hier eens komen kijken. Deze piramide staat in perfect ongestoord evenwicht. Zelfs in de ondergrondse lucht. Daar is een rijke verbeelding voor nodig.

Als we deze ondergrondse lijn doortrekken dan zou er onder Parijs nog een heel schimmenrijk kunnen ontstaan. Het rijk van de manke Haephestos die diep onder de Olympus zijn smederij dreef. Er zou een spannend labyrinth kunnen ontstaan van winkels, kantoren, restaurants, musea en bordelen die toch al niet veel met daglicht ophebben. Een schaduwcultuur die alleen te zien en te beleven zou zijn in een selectieve, donkere spiegel.

Parijs zou een extra laag krijgen die vooral voor psychologen die de ziel van de stad willen analyseren, interessant nieuw materiaal kan opleveren. Parijs zou zijn eigen interpretatie van Onzichtbare André kunnen creëren. En het werd weer een hit.

Wiskunde
De herinrichting van het binnenplein van het Palais dat grenst aan de Comédie Francaise wijst in die richting. Op het eerste gezicht denk je dat het plein is opgeleukt met stenen paddestoelen waarop studenten zitten te lezen of een broodje te eten. Nader onderzoek leert dat de grond onder het straatniveau is uitgegraven. De ‘paddestoelen’ zijn het bovenste deel zijn van pilaren die in een diepere laag zijn gefundeerd. Ze staan vrij in de open ruimte. De architecten hebben ervoor gezorgd dat via je de glazen wanden goed kunt zien wat er ‘gebeurt.’
De ‘vloer’ van het plein is dus bevestigd aan de pilaren. Er is een verdieping toegevoegd die inderdaad verdiept. Op de bodem van deze kelder stroomt water waarin zij die hun wensen kracht bij willen zetten, muntjes kunnen gooien.

Aan het plein is dus een kelder toegevoegd die een ruimtelijke werking heeft. Het plein wordt er groter door, krijgt er een dimensie bij. Als je goed kijkt zie je dat de paddestoelen in lengte verschillen. Zo onstaat een ‘golfbeweging’ die er vanuit elke hoek van het plein anders uitziet. Het zou ons niet verbazen als er een uitgekiende wiskundige formule achter zit die ons als hopeloze alfa’s helaas ontgaat. Maar ook zonder wiskundige onderbouwing blijft het een mooi voorbeeld van hoe je met een beetje fantasie en een Parijse dosis lef een oud plein nieuw leven kunt inblazen.
Aan het nieuwe Musée du Quai Branly (who the hell was Branly?) dat in de slagschaduw van de Eiffeltoren is gebouwd, valt direct iets op. De gevel is geheel begroeid met planten. Het museum heeft groene vingers die de bezoekers van ver al wenken. Hier moet je wezen, hier is het te doen. Midden in de stad verrijst een hoge, altijd groene ecomuur. Rara hoe kan dat?
Wie wat dichterbij komt en niets van planten weet, kan meteen beginnen met de determinatie aan de hand van de Flora-app op de smartphone. Mijn echtgenote onderscheidt zonder online hulp het slaapkamerverdriet, de schoenlappersplant, de hosta, de campanula, de heugera, het schildersverdriet, de mossen en de grassen.

Blijkbaar zijn de verticale tuiniers erin geslaagd een laag aarde of piepschuim aan te brengen waar de planten in kunnen wortelen. Is misschien even wennen deze stand, maar van de planten weten we inmiddels wel dat ze er, onder alle omstandigheden, het beste van maken. Denk maar eens aan de edelweiss die in barre, zuurstofarme luchtlagen tot ongekende bloei komt. Die zien we hier zo gauw niet, de edelweiss. Of zit deze hoogvlieger misschien op de hoogte van de daklijst die wij niet zo goed kunnen zien. Wat wij willen zeggen: dit is weer Parijs op zijn best. Nog voor je goed en wel binnen bent, geeft het museum vast zijn visitekaartje af. Parijs verbaast, blijft verbazen.

Pelgrimage
Parijs heeft altijd bijzondere mensen aangetrokken. Het verhaal van Parijs valt ten dele samen met het leven van deze mensen.
Ik kan mij voorstellen dat een doorgewinterde fan zijn bezoek aan Parijs opdraagt aan een BP, een Bekende Parijzenaar die er woont of heeft gewoond. Pelgrimage naar een idool. Het mooiste daarbij is na speurwerk precies de plek te vinden waar het gebeurd is. Hier met deze kroontjespen, gezeten in deze stoel schreef Flaubert de laatste aangrijpende pagina van Madame Bovary. Ja die stoel willen wij zien, aanraken en als het mag willen we er wel even in zitten.

Wat willen wij weten?

• Waar zong Edith Piaf?
• Waar trad Jacques Brel op?
• Waar danste Josephine Baker?
• Waar zat Toulouse l’Autrec te schetsen?
• Waar precies won Jan Janssen de Tour de France?
• Waar dronk James Joyce zijn laatste borrel?
• Waar woonden de Engelse koning Edward 7 en zijn vriendin miss Simson nadat hij afstand van de troon had gedaan?
• Waar is het graf van Jim Morrisson?
• Waar was de kunsthandel gevestigd waar Theo van Gogh werkte?
• Waar gaf Cees van Dongen zijn uitbundige artistieke feesten?
• Waar had Pablo Picasso zijn atelier?
• Waar ging Le Sacre du Printemps van Stravinsky in première?
• Waar woonde Frédéric Chopin?
• En waar ontmoette hij zijn geheime geliefde George Sand?
• In welk hotel logeerden Diana en Dodi?
• Waar woonde Romy Schneider?
• Waar is Charles Lindberg na zijn transatlantische vlucht geland?
• Waar is de film ‘Amélie’ opgenomen?
• Waar woonde Jean-Paul Sartre, de vader van het existentialisme?
• Waar woonde schrijfster Françoise Sagan?